Ik was laatst weer eens op visite bij een vriendin in Amsterdam. Ze woont aan de zuidkant van de stad; op zo’n kilometer afstand van Schiphol. Vanuit het raam van haar woonkamer zag je zo nu en dan een vliegtuig langskomen. De vliegtuigen vlogen vrij hoog, je kon ze wel horen maar ja, dat hoort gewoon bij een echte stad. Dat was zo’n vijf jaar geleden.

Nu logeer ik weer eens bij haar. En ik zie iets heel anders. De vliegtuigen die ik vanuit haar woonkamer zie vliegen aanzienlijk lager. Ik kan op elk toestel het logo van de desbetreffende vliegmaatschappij duidelijk lezen. Ook het indrukwekkende geluid van de landende vliegtuigen is goed te horen. En niet dat de vliegtuigen er zo nu en dan langs komen: ik zie er een om de paar minuten!

Deze observatie zet me nogal aan het denken. Ik werk momenteel aan een project dat gaat over de energietransitie. Binnen dit project hebben we nogal discussies over haalbaarheid en proces van de geformuleerde ambities. Om eventuele verwarring uit te sluiten:

Energietransitie is het mooie woord voor een beleidsplan van de overheid om van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen over te stappen. Daarnaast gaat de Energietransitie niet alleen om het plaatsen van zonnepanelen en windmolens, maar ook om duurzame technologie, zoals opvang en opslag van CO2,  de grootste boosdoener van de klimaatverandering.

Mooi: beleidsplannen. Om een energietransitie op tijd teweeg te brengen moet er naar mijn idee echter ook iets tussen de oren gebeuren. Tussen die van mij en van ons allemaal. Want zeker is het belangrijk dat de overheid een visie en een goed beleid heeft. Echt iets opschieten zullen we echter pas wanneer de CO2 uitstoot daadwerkelijk significant omlaag gaat. Bijvoorbeeld omdat we niet meer drie keer per jaar ergens heen gaan vliegen. Daarnaast is het mooi dat we onze huizen isoleren en hierdoor minder hoeven te stoken; het isolatiemateriaal is echter ook ergens van geproduceerd en naar ons huis vervoerd. Om nog enige kans te maken de klimaatdoelstellingen te halen lijkt me een verandering in al onze keuzes waarbij verbranden van fossiele stoffen aan te pas komt, nodig. Want de CO2 uitstoot is de afgelopen jaren niet minder maar juist meer geworden.

Wordt dit een pleidooi om alleen nog maar thuis te zitten, met je vriendin via de telefoon bij te praten en hooguit als virtuele ontdekkingsreiziger op pad te gaan? Absoluut niet. Maar dit is wel een pleidooi om je zo nu en dan af te vragen waar je mee bezig bent. Een vliegreis creëert circa tien keer zo veel CO2uitstoot dan wanneer we met de trein zouden gaan. De mooie nieuwe kleren die we op ons stedentrip kopen komen waarschijnlijk uit Myanmar van waar ze met een gigantisch containerschip naar Nederland worden vervoerd. Zestien van deze schepen zorgen samen voor even veel CO2 uitstoot als 50 miljoen auto’s. En er varen dagelijks flink wat van die schepen met daarop voor ons geproduceerde goederen, en ook met toeristen trouwens, rond. Een ander punt zijn dierlijke producten en de energie die we consumeren. Als we dit met z’n allen wat minderen dan heeft dat een geweldig effect. Ooit heeft een collega me verteld dat als Duitsland alle elektrische deurbellen zou vervangen door Nederlandse trekbellen er een atoomkrachtwerk dicht zou kunnen. Met kleine acties die we met z’n allen doen kunnen we dus wel een groot effect bereiken.

Is het dan alleen aan de consumenten om hier iets aan te doen? In een ideale wereld zouden de consumenten door hun gedrag het verschil kunnen maken. In de realiteit, die helaas verre van ideaal is, zou het mooi zijn als de overheden hier actiever mee aan de slag zouden gaan. Zeker de overheden van de westerse landen die door de combinatie van eigen uitstoot en als grootste afnemer van producten die, vaak weinig duurzaam, elders worden geproduceerd nog steeds koploper in de CO2 uitstoot zijn. Waar blijft de CO2 belasting op energie, producten en vervoer zodat we niet alle ‘kosten’ voor het CO2dat we nu uitstoten bij de komende generaties neerleggen? Is zo’n belasting niet het logische vervolg op de afspraken die zijn gemaakt?

Wat mij betreft is het tijd voor een goede mix van belasting op vervuiling en gezond verstand bij het consumeren. De brede bevolking zou je wat alerter kunnen krijgen door middel van een campagne a la “vliegen is het nieuwe roken” in combinatie met “Less is more”. Niet de extreme geheelonthouding per direct maar het schaar zich zelf een cadeautje doen lijkt me een goed begin. Want iedereen wil stiekem soms de stoere man uit de reclame van die snelle auto of die jetset vrouw met die geweldige jurk zijn. Wellicht dat het wel klopt wat de reclamemakers ons al decennialang willen doen geloven: je bent wat je consumeert!

“Ik ben niet gek, ik ben een …. “